Arresteer die vrouw voordat ze gaat optreden!

Vrouwen met gitaren in de 18de eeuw

[NB: Deze post verscheen eerder als artikel in El Maestro, het tijdschrift van de Nederlandse EGTA]

In onze tijd worden gitaarconcerten en gitaarconcoursen voor een groot deel gevuld door mannelijke gitaristen, en maken vrouwen nog altijd een moeizame opmars. In de popmuziek zijn de vrouwen met gitaren nog schaarser. Het is dus misschien moeilijk voor te stellen dat de gitaar in het verleden vooral gezien werd als een instrument voor vrouwen. In de achttiende en negentiende eeuw speelden vrouwen heel veel gitaar, en werd het in sommige landen zelfs een beetje verdacht gevonden voor mannen om zo’n vrouwelijk instrument te bespelen.

Mme_Favart

Actrice – zangeres Justine Favart (1727-1772), geschilderd door Jean-Etienne Liotard (1792-1789).

 

In deze post geef ik een indruk van de verschillende manieren waarop vrouwen betrokken waren bij de gitaar in de achttiende eeuw —  de ‘pruikentijd’ — de eeuw van de Verlichting. In een volgende post zal ik meer vertellen over de rol die gitaarspelende vrouwen vervulden in de guitaromanie, de gitaar-manie van de negentiende eeuw.

EM61

Ann Ford, geschilderd door Thomas Gainsborough (1727-1788)

Een van de bekendste gitaarspelende vrouwen uit de achttiende eeuw was de Engelse Ann Ford (1732–1824). Zij was zeer getalenteerd, speelde gitaar en viola da gamba, en wilde graag optreden in het openbaar. Hoewel gitaarspelen in de huiselijke kring gezien werd als een uitstekend tijdverdrijf voor een meisje uit de upper class, was optreden in het openbaar erg ongepast. De jonge Ann organiseerde echter grootschalige concerten waar ze samenspeelde met beroemde musici. Haar vader deed veel moeite om haar optredens tegen te houden, en stuurde zelfs de politie erop uit om een concert tegen te houden. Door ingrijpen van invloedrijke vrienden konden de concerten echter toch doorgaan. Later (rond 1760) schreef Ann een gitaarmethode met de titel ‘Lessons and Instructions for Playing on the Guitar’. Zij schrijft hierin onder meer dat een groot voordeel van de gitaar is dat deze ‘de speler laat zien in een zeer elegante speelhouding’. Ann Ford speelde voornamelijk op de metaalsnarige ‘Engelse’ gitaar, maar er is ook een portret bekend van haar waarin ze een Spaanse gitaar vasthoudt. Ford was zeker niet de enige gitariste in haar tijd: ‘de mode voor de gitaar was [50 jaar geleden] zo extreem dat bijna alle klavecimbelmakers eraan ten onder gingen’ schreef een Engelse encyclopedie in 1819, ‘de dames van stad verkochten hun klavecimbels voor een derde van de prijs of ruilden ze in voor gitaren’.

Er waren in Londen veel buitenlandse musici werkzaam, die componeerden voor gitaar en hun werken opdroegen aan bemiddelde amateurgitaristes die ze waarschijnlijk ook les gaven. Er was een Frederic Shumann die waarschijnlijk Ann Ford’s leraar was, en de componist J. B. Marella die een verzameling composities voor ‘guittar or Cetra’ opdroeg aan Lady Mary Grey. Hij schreef in de inleiding van die bundel dat ‘muziek in het bijzonder kan rekenen op de ondersteuning en interesse van het vrouwelijk geslacht’. Vrouwen speelden dus ook een rol als maecenassen of sponsors van beroepsmusici.

Er zijn meer gitaarspelende vrouwen bekend uit Engeland: in 1753 speelde ene Maria Macklin op een ‘pandola’, waarschijnlijk een Engelse gitaar, in het toneelstuk ‘The Englishman in Paris’ in Convent Garden, Londen, en de zangeres-actrice Elizabeth Bannister (1757-1849) trad op met een gitaar in 1778.

In Frankrijk werd de gitaar in de 18de eeuw ook gezien als een instrument voor vrouwen, blijkt uit de defititie ervan in Diderot’s Encyclopédie van 1751-1772. Deze luidt: ‘de gitaar is een instrument met darmsnaren, dat men vasthoudt zoals de luit, een houding die zeer charmant is, vooral bij een vrouw’. Een Frans woordenboek uit 1773 (Macquier’s Dictionnaire Raisonné uit 1773) verwoordt het zo:

‘De gitaar, instrument van de fantasie, geschikt om één zangstem te begeleiden, is in de mode in Parijs, vooral onder de dames, die best begrijpen dat de positie waarin men de gitaar bespeelt de kans biedt om hun charmes te tonen’.

De gitaar werd dus gezien als een instrument voor vrouwen, omdat men er charmant uitzag bij het spelen!

Mme_la_Balmondiere

Jeanne Marie de la BALMONDIERE (1750-1840), Portret van Philiberte de la Balmondière met gitaar.

De vrouwen in Frankrijk die gitaar speelden vallen in twee categorieën: er zijn de actrices-zangeressen die optreden en zichzelf begeleiden, en er zijn dames van stand die thuis spelen. De laatste groep, de adellijke dames met fraaie gitaren, zien we op schilderijen en tekeningen van bijvoorbeeld Louise Élisabeth Vigée Lebrun (1755-1842) of Louis Carrogis Carmontelle (1707-1806) Bij de vele tekeningen van Carmontelle van (amateur)-musici valt het op dat gitaren zelfs uitsluitend in de handen van vrouwen voorkomen, terwijl mannen eerder viool of fluit spelen. Een aantal van de gitaarspelende vrouwen van Carmontelle is bij naam bekend: zo wordt één gitariste aangeduid als ‘dochter van de musicus Royer’, en een andere dame als ‘Madame de Montainville’. Vrouwen van stand traden niet op in het openbaar, maar musiceerden thuis, en volgden lessen. Zij zijn ook degenen aan wie bundels gitaarmuziek of gitaarmethodes werden opgedragen: de gitarist Francesco Alberti (ca. 1750-na 1800) droeg bijvoorbeeld in 1786 zijn ‘Nouvelle Méthode de Guitare’ op aan Madame La Baronne de Beauvois, en Charles-François-Alexandre-Victor Pollet (1742-1724) droeg publicaties op aan Madame la Comtesse de Nicolson en aan Mademoiselle de la Roche Dumaine, vermoedelijk zijn leerlingen.

RP-T-1961-18_Montainville

Mme de Montainville, door Louis Carrogis Carmontelle (1717 – 1806).
Collectie Rijksmuseum, Amsterdam.

In de republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd enthousiast gitaar gespeeld. Wat betreft vrouwelijke gitaristen die optraden in het openbaar kennen we bijvoorbeeld mejuffrouw Smeling, die genoemd werd in de in de ‘s-Gravenhaagsche Courant van 17 april 1765:

‘De Heer Kramer, kamermuzikant van Zijn Doorluchtige Hoogheid de keurvorst van Paltz, zal de eer hebben om op zaterdag den 20 April 1765, in de grote concertzaal in de Bierstraet bij de heer van Hagen te Rotterdam een groot vocaal en instrumentaal concert te geeven, alwaar mademoiselle Smeling verscheidene Italiaanse en Engelse aria’s zal zingen en op de gitaar zal spelen, en de heer Kramer zich op de viool met concerten en solo’s zal laten horen’.

Op 5 februari 1779 kondigt dezelfde krant weer een optreden aan waaraan een gitariste meedoet:

‘De acteurs van de Franse Comedie in Den Haag zullen op 11 febrari een benefietvoorstelling geven voor meneer Dorceville. […] Mevrouw Dorceville zal aan het klavecimbel een Italiaans lied zingen, en zal een Spaans lied uitvoeren dat ze begeleidt op gitaar’.

Madame Dorceville was in Den Haag een bekende actrice-zangeres die optrad als soliste in opera’s, en blijkbaar goed genoeg gitaar speelde om zichzelf op het podium te begeleiden.

Er komen vrouwelijke gitaristen voor in de literatuur: zo schrijft de legendarische Sara Burgerhart in de gelijknamige roman (uit 1782, geschreven door Agatha Deken en Elizabeth Wolff) dat zij na een verhuizing zo graag ‘mijn muziek, mijn klavier en gitaar’ terug wil hebben. Haar oom bevestigt dat: ‘De gitaar heb ik haar zelf uit Londen meegebracht, toen zij tien jaar was’. Het is dus waarschijnlijk een Engelse, metaalsnarige gitaar geweest. In het boek wordt meerdere malen beschreven hoe de gitaar wordt gebruikt om liedjes te begeleiden, op de vele muziekavondjes in de huiselijke kring.

Uit advertenties in achttiende eeuwse kranten valt ook op te maken dat er vrouwen actief waren als gitaarlerares. In 1785 adverteert een zekere Vauvicq in Den Haag:

‘De heer Vauvicq en zijn huisvrouw uit Parijs aangekomen, hebben de eer het publiek te adverteren, dat zij voornemens zijn, om zich alhier in ’s Hage neer te zetten; zij onderwijzen de muziek en zangkunst, de cither en Spaanse gitaar, als meede om zich zingende te accompagneeren.’

Hieruit blijkt dat mevrouw Vauvicq ook betrokken was bij het lesgeven, en dat gitaarles werd gegeven in combinatie met zangles!

RP-T-00-1674

Jacques Kuijper (1761-1808): Vrouw met gitaar. Rijksmuseum, Amsterdam

Een andere gitaarleraar, een meneer Darme, begint in 1798 een praktijk in Den Haag. Hij schrijft:

‘Darme, Fransman, muziekleraar heeft de eer om amateurs van beiderlei kunne zijn diensten aan te bieden […]. Hij onderwijst vocale en instrumentale muziek, en ook de viool, de flageolet, en de kunst om beide soorten gitaar te spelen, de Spaanse en de Engelse. Dit zijn de twee instrumenten die het best samengaan met de zangstem’.

Het feit dat hij zowel mannen als vrouwen gaat lesgeven toont aan dat er een markt moet zijn geweest van vrouwelijke gitaaramateurs.

Als we de definitie van wat een gitarist is niet beperken tot het moderne idee van een solist op een concertpodium, dan zijn er zelfs al in de achttiende eeuw veel vrouwelijke gitaristen te vinden. Er zijn twee categorieën: de actrices en zangeressen die zichzelf begeleiden op gitaar, en de dames van stand die genoeg geld en vrije tijd hebben om te spelen voor hun plezier. Daarnaast zijn er uitzonderingen, zoals Ann Ford die de gitaar gebruikt om sociale taboes te doorbreken. Het zou mooi — en wenselijk —  zijn als we in de komende jaren, met de toenemende interesse in de geschiedenis van het instrument, meer te weten komen over het aandeel van vrouwen in de ontwikkeling ervan.

(c) Jelma van Amersfoort

Een nieuwe concertserie

Hallo Wereld! Op 24 april 2016 begint er in Amsterdam een nieuwe concertserie. We gaan concerten programmeren van kleine ensembles met vernieuwend repertoire of bijzondere uitvoeringspraktijk. We beginnen met twee concerten in Buurtsalon Jeltje, Eerste Helmersstraat 106 in Oud West.